Frederike Schmidt & Daniel Kurrle zijn na reizen rond de Atlantische oceaan om te surfen en naar eigen woorden ‘hier en daar’ te werken (Mosel, Baden, Rheingau, Bourgogne, Pfalz en Burgenland) neergestreken in Stuttgart, regio Württemberg, waar ze ‘all-in’ gaan voor hun eigen project. Wijngaarden overgenomen van de grootouders, tractoren van ooms en het huis en de kelder van de buren om zo hun ‘kleines gut’, ofwel kleine boerderij te creëren.
Gelegen op een geologische goudmijn met bodems mergel, klei en zandsteen die dateren uit het Trias tijdperk, hebben ze een perfecte locatie gevonden om terroir gedreven, pure natuurwijn te maken.
Vroeger werden de druiven van de gaarden verkocht aan een grotere wijncoöperatie, maar tegenwoordig houden ze de druiven (gelukkig) alleen voor eigen productie. Twee jaar na hun start produceerden ze 5000 flessen natuurwijn, helemaal onafhankelijk van anderen.
In de wijngaard combineren ze eeuwenoude technieken van intuïtieve landbouw. Compost theeën en steen poeders om de ecosystemen te verrijken, de stokken herstellen langzaam van jarenlang chemische bestrijding. Biodiversiteit staat hoog in het vaandel.
De 16e -eeuwse wijnkelder ligt op vier meter diepte onder het familiehuis waar ze hun twee dochters opvoeden. Door de lage ligging van de kelder hebben ze geen last van fluctuerende temperaturen. In de winter stabiel koel, in de zomer wordt de hitte tegengehouden door de meters aarde boven de kelder.
Ook de verpakking van hun wijnen is zo minimalistisch en puur mogelijk gehouden; lichte flessen en biologisch afbreekbare labels en kurken. Zo proberen ze op elk vlak zo zorgvuldig mogelijk om te gaan met de natuur.




